Zevende zondag door het jaar

Auteur: Ignace d'Hert
Datum: 20-02-2022
Liturgische tijd: Door het jaar
Liturgische jaar: C
Jaar: 2021-2022

Het is een hele resem die Lucas ons onder de neus duwt. Allemaal regels waaraan we niet kunnen beantwoorden. Uw vijanden beminnen. De andere wang aanbieden. Dat behoort tot de wereld der illusies.

Maar toch is er in de tekst van Lucas een regel die ons wellicht charmeert. “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij het hùn doen”. Het is een perfecte samenvatting van heel de moraal van het evangelie. Bovendien: het is een stelregel die in alle grote religies terug komt. De zogeheten gulden regel. “Doe een ander niet aan wat je zelf niet wil worden aan gedaan”. Mochten we dat in praktijk brengen, er zou op slag wereldwijde vrede zijn. Maar we zijn daar lang niet aan toe. We maken het in onze dagen opnieuw mee, op het geopolitieke vlak. Wederzijds opbod van macht en dreiging: daarin gelooft men. Terwijl het duidelijk een vicieuze cirkel is. Iedereen gevangen in zijn eigen gelijk.

Ik stel voor dat we te rade gaan bij iemand die veel heeft nagedacht over menselijke gedragingen in bijzonder moeilijke omstandigheden. Ik heb het over Hannah Arendt, een Duitse vrouw van joodse origine. Zij leefde in de vorige eeuw (1906-1974). Ze heeft de verschrikkingen van twee wereldoorlogen meegemaakt. Ze heeft nagedacht over de vraag hoe dergelijke toestanden mogelijk zijn. Ze heeft daar over ook een eigen filosofie over ontwikkeld.  Bezorgd als ze als filosofe is over het welzijn en het geluk van alle mensen.

Hannah Arendt stelt zich de vraag hoe het mogelijk isdat mensen meegezogen worden in situaties waarin het onderscheid tussen goed en kwaad heel mistig is geworden. Hannah Arendt heeft zich verdiept in de vraag hoe de uitroeiing van de joden tijdens de oorlog mogelijk is geweest. In de film uit 2012 die over haar is gemaakt, zijn authentieke live-fragmenten van het proces van Adolf Eichmann te zien. Hij is één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden. Wanneer hij tijdens zijn proces ondervraagd wordt blijkt uit zijn antwoorden en uit heel zijn lichaamstaal dat de beschuldigingen die hem ten laste worden gelegd hem helemaal niet raken. “Ik heb alleen maar bevelen uitgevoerd” En op de vraag of hij spijt heeft luidt zijn antwoord: “Reue ist etwas für kleine Kinder”. Hannah Arendt noemt dit de banaliteit van het kwaad. Het maakt gewoon niets uit, ik hoef me helemaal niet in te laten met wàt ik doe zo lang ik de bevelen van mijn oversten uitvoer. Het laat me compleet onverschillig wàt ik moet doen.

Volgens het evangelie zouden we zo iemand moeten lief hebben. De andere wang toekeren. Terwijl voor iedereen duidelijk is dat zijn daden onvergeeflijk zijn. Dat zegt ook Hanna Arendt zonder enige aarzeling. En toch gelooft ze niet dat dit het laatste woord hoeft te zijn. Ofschoon ze de realiteit van de shoah ten volle onder ogen ziet, blijft ze geloven in de mogelijkheid van een nieuw begin. Het is een opvallende uitspraak. Ze zegt dit niet uit religieuze overtuiging. Hannah Arendt was geen fan van het christendom. Geloof legt te veel de nadruk op de hemel en het zielenheil, niet op de wereld. Haar is het te doen om een goede samenleving. Niet om het verwerven van eeuwig leven. Toch is haar filosofie doorspekt van begrippen als vergeving, verzoening en belofte.

Er is namelijk iets wat wél binnen ons bereik ligt. Dat wil ze belichten als mogelijkheid. Dat we onderscheid leren maken tussen de dader van een misdaad en de daad die hij/zij verrichte. Een dader, wie hij/zij ook zij, is nooit zonder meer te herleiden tot zijn/haar daden. Daarmee wordt absoluut niets goed gepraat. Het betekent zeker niet dat we vergeten en vergeven. Dat in geen geval. Niet vergeten. Het kwaad moet als realiteit onder ogen worden gezien.  

En ook niet vergeven, wanneer we dat begrijpen als een grote spons waarmee alles wordt weggeveegd.  Alsof er niets gebeurd is. De bladzijde gewoon overslaan. “We zullen er maar over zwijgen”. Geen biechtstoelvergiffenis met een penitentie van drie onze vaders en de kous is af. Wèl de band tussen daad en dader doorknippen. Dat kan de betekenis zijn van vergeven. Want dan zeg je tot de dader: je bent meer dan die daad. Het is en blijft een misdaad. Maar wie vergeeft geeft de dader een nieuwe kans, en daarmee een toekomst. Wie zo handelt  probeert het impact van het gebeurde in te dijken. Het aangerichte kwaad hoeft niet blijvend in te werken op het heden en op de toekomst.

Ik hoop dat het kan helpen een stap te zetten in de richting van de gulden regel: Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, zo moet gij het hùn doen.

 

 
Preek van de week

Inschrijving

Indien u iedere week een voorstel van preektekst van een dominicaan of een lekendominicaan wilt ontvangen, vragen wij u om uw inschrijving te bevestigen door te klikken op de link. Wij danken u bij voorbaat voor uw interesse in ons initiatief.

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

Onze preken

  • 1
  • 2