Zesde Paaszondag

Auteur: Marc Christiaens
Datum: 22-05-2022
Liturgische tijd: Paastijd
Liturgische jaar: C
Jaar: 2021-2022
Lezingen: Hand.15, 1-2.22-29 | Apoc.21, 10-14.22-23 | Joh.14, 23-29

 

Op eigen vleugels [Joh. 14,23-29]

Weer begint onze evangelielezing met dat neutrale: “Jezus zei eens tot zijn leerlingen…”. Maar toch is deze tekst geen ‘zomaar een terloopse uitspraak’. Jezus reageert op een opwerping van een van zijn apostelen, Judas Taddeüs. Die onderbrak Jezus tijdens diens afscheidsrede op Laatste Avondmaal: “Heer, hoe komt het dat Gij U wel aan ons, maar niet aan de wereld zult openbaren?” (Joh. 14.22).

Jezus had het al de hele tijd over zijn nakend heengaan gehad. Deze apostel vroeg zich af – en wellicht een aantal collega’s met hem - of het niet goed zou zijn dat Jezus, nu het nog kon, een overtuigend zichtbaar teken zou stellen, iets spectaculairs misschien, waarmee Hij aan heel Jeruzalem en ver daarbuiten zou duidelijk maken dat Hij de langverwachte Messias is. Taddeüs was bang dat, als Jezus uit circulatie verdween, de leerlingengroep zou kunnen uiteenvallen - zo gaat dat vaak met religieuze bewegingen als hun charismatische leider wegvalt – en dat het brede publiek dan nooit zou weten dat Jezus van Godswege gezonden was geweest tot heil van alle mensen.

Jezus’ reactie is, zoals wel vaker, verrassend, en weer eens geen rechtstreeks antwoord op de gestelde vraag. Hij zegt: “Als jullie Mij liefhadden, zou het jullie met vreugde vervullen dat Ik heenga naar de Vader”.

Wat Jezus hier zegt klinkt vreemd: ‘blij zijn om het heengaan van iemand die je lief hebt’. Maar dat Hij moet heengaan is zeker. Zijn levenstaak zit erop. Toch wil Hij zijn vrienden nog graag een steuntje in de rug geven. Twee steuntjes eigenlijk:

  1. Hij vat nog eens in twee woorden samen hoe zij Hem moeten openbaren;
  2. en Hij belooft zijn vrienden hulp: “mijn Vader zal jullie in mijn naam een helper zenden, zijn heilige Geest.”

Ad 1. De twee woorden waarmee Jezus samenvat hoe zij zijn Boodschap kunnen uitdragen, luiden: Mij liefhebben en mijn Woord ter harte nemen.

Dat zijn geen twee verschillende opdrachten maar de twee kanten van eenzelfde medaille: Jezus liefhebben kan niet zonder dat wat Hij verkondigd heeft, ter harte te nemen. Hem liefhebben is veel meer dan een affectief, warm gevoel. Het gaat om verknocht-zijn aan, zich verbonden weten met Hem. Het gaat om liefde die gestalte krijgt in doen wat de ander van jou verwacht. En wie op die manier Jezus liefheeft, zal ook door Jezus geliefd worden en “hem zal ook mijn Vader liefhebben en Wij zullen bij hem ons verblijf houden”, voegt Hij eraan toe. Letterlijk vertaald staat er: “Jezus en zijn Vader zullen in die persoon hun tent opslaan”. God zal dus in hem inwonen. En dat ‘innerlijk door God vervuld zijn’ zal die persoon dan spontaan uitstralen naar de wereld. Zo dus moeten zijn volgelingen Jezus en zijn Boodschap uitdragen.

Ad 2. Tweede ruggensteuntje.

Om op die manier Jezus lief te hebben is wat extra hulp best welkom. “De heilige Geest zal jullie in alles onderrichten en jullie laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb.”

Uit de evangelieverhalen weten we dat de leerlingen, toen Jezus nog met hen op stap was, geregeld niet veel begrepen van wat Hij hun leerde.

In die heilige Geest zal God zelf hun ter hulp komen. Maar zijn Geest dringt zich niet op. Het Griekse woord dat Johannes gebruikt om de heilige Geest te benoemen is ‘Parakleitos’, letterlijk: ‘degene die erbij geroepen wordt’. Je moet Hem roepen, uitnodigen om bij jou binnen te komen. Zijn inbreng is weliswaar pure gave, maar is geen automatisme. Voor alles wat God voor ons en met ons wil doen, vraagt Hij onze toestemming en onze medewerking. God respecteert ten volle de vrijheid en de verantwoordelijkheid van de mens. Willen we dat de Geest komt en werkzaam is, dan zullen wij ons voor Hem moeten openstellen. De God van de Bijbel is immers geen opdringerige-almachtige God die baas is over de gebeurtenissen en de geschiedenis naar zijn hand zet. Neen, Hij is een meegaande God, Gezelschap op onze levensweg. Hij ging destijds mee met zijn volk door de woestijn; Hij dook met hen onder in de ballingschap. Jezus’ leven was één groot getuigenis van die meegaande God, meegaand tot in de dood, zelfs meegaand door de dood heen naar nieuw leven.

“Als Ik er lijfelijk niet meer zal zijn, blijf Ik toch met jullie meegaan.” zegt Jezus, “Daartoe zend Ik jullie Iemand die ‘bij-je-blijft’, de heilige Geest, die werkt in je hart. Dat is mijn Pinkstergave aan jullie. En dus, m’n beste Taddeüs - en jullie allemaal, apostelen van toen en apostelen van nu - Ik ga heen, en voor jullie is de tijd van volwassen gelovige-zijn aangebroken. Van nu af is het jullie taak en jullie verantwoordelijkheid om Mij aan de wereld te openbaren. En dat moet jullie niet ongerust of bang maken. Integendeel, je mag blij zijn, want als je straks op eigen vleugels vliegt, dan vlieg je veilig met Gods Geest in de cockpit van je hart.”

Preek van de week

Inschrijving

Indien u iedere week een voorstel van preektekst van een dominicaan of een lekendominicaan wilt ontvangen, vragen wij u om uw inschrijving te bevestigen door te klikken op de link. Wij danken u bij voorbaat voor uw interesse in ons initiatief.

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

Onze preken

  • 1
  • 2